12-6-09

Engelse vertaling van persoonlijk relaas gevluchte Albanees

12 juni 2009

Twee jaar geleden las ik in de Griekse krant Ekathimerini dat er een boek was verschenen over de massale immigratie van Albanezen naar Griekenland. Een onderwerp dat mij sinds mijn trektochten in de Epirus midden jaren '90 interesseert, toen ik tijdens mijn wandeltochten hoog in de bergen de eerste Albanese vluchtelingen ontmoette en hun verhalen hoorde. Verhalen over het communistische Hoxha-regime, maar ook verhalen over de vlucht naar Griekenland. Een vlucht die keer op keer opnieuw moest worden ondernomen, omdat de Griekse grenspolitie in die periode voortdurend op zoek was naar de illegale vluchtelingen in dit gebied en ze na linea recta terugstuurde naar Albanië.

In het bergdorp Konitsa, een klein maar belangrijk regionaal centrum, logeerde ik een aantal dagen in een hotel dat zich naast het politiebureau bevond. Iedere dag werden alle opgepakte vluchtelingen in de grote omheinde tuin van dit politiebureau verzameld en aan het begin van de avond met een grote getraliede touringcar de grens overgezet. Ik vergeet nooit meer de aanblik van de honderden mannen die in de tuin zaten. De Albanezen die ik sprak, vertelden dat ze na een dergelijke uitzetting meestal meteen weer rechtsomkeert maakten en opnieuw illegaal de grens overstaken. Meestal lukte het uiteindelijk wel Griekenland in te komen, en vervolgens ergens in de bouw of de landbouw werk te vinden. Na een tijdje werden ze dan wel weer betrapt, opgepakt en teruggestuurd, maar was er in ieder geval weer wat geld verdient.

Het boek dat twee jaar geleden over dit fenomeen verscheen, had iets bijzonders. Het was geschreven door een Albanees. Een Albanees die zelf begin jaren '90 de tocht van Albanië via de bergen naar Griekenland maakte. Hij kwam in Athene terecht, waar hij onder meer werkte als bouwvakker en kok. Maar Gazmend Kapllani had meer ambities. Hij leerde Grieks en Engels en studeerde uiteindelijk zelfs filosofie aan de Universiteit van Athene. Tegenwoordig is Kapllani journalist en schrijver. Hij heeft een column in de grote krant Ta Nea en heeft een weblog http://gazikapllani.blogspot.com  waarin hij vooral schrijft over immigratie, minderheden en soortgelijke onderwerpen.

Kapllani

De reden dat ik nu over zijn boek schrijf, is dat zijn boek is vertaald in het Engels (Kapllani had zijn boek oorspronkelijk in het Grieks geschreven). Goed nieuws. Het boek A Short Border Handbook kan de immigratie van Albanezen naar Griekenland, de achtergrond van hun vlucht en de problemen die zij ondervinden in de Griekse maatschappij, bij een groter publiek bekend maken.

Niet iedereen is echter blij met de uitgave van de Engelse uitgave. Op de website van de Britse krant The Independent schrijft journaliste Maya Jaggi dat de schrijver haar eind mei op de Thessaloniki Book Fair vertelde dat hij was aangevallen door neo-nazi's na een voordracht in de Atheense wijk Aghios Panteleimonas en ook via internet wordt bedreigd.

Kapllani2

Lees ook mijn bericht over dit onderwerp van 21 januari 2009.

3-2-09

"The ultimate taboo"- deel 3

3 februari 2009

Mensenrechten-activist Dimitras heeft gesproken over het bestaan van een Macedonische minderheid binnen de Griekse grenzen en wordt om die reden binnenkort door justitie voorgeleid. Hij is niet de enige die te kennen wordt gegeven dat hij zijn mond moet houden over deze kwestie. Half oktober 2008 werden vier Macedonische journalisten, afkomstig uit buurland FYROM en op weg naar Griekenland, bij de grens vastgehouden en Griekenland uitgezet. Zij kregen niet de gelegenheid de dorpen rond de Griekse stad Florina te bezoeken en een reportage te maken over de Macedonische minderheid.

Hoe zit het nu met die minderheid? De informatie die ik vind, is divers van aard. Voor- en tegenstanders van het bestaan van de minderheid doen beide verwoede pogingen hun standpunt duidelijk te maken. Objectiviteit is ver te zoeken.

In de provincie Macedonië wonen klaarblijkelijk mensen die een Slavische taal of dialect spreken. Voor de meeste mensen geldt dat ze de Griekse nationaliteit hebben, het Grieks-orthodoxe geloof belijden, en Grieks spreken. Maar daarnaast spreken ze Slavisch, ze zijn dus tweetalig. Ze worden ook wel Dopii (dat in het Engels 'locals' betekent) of Slavo-Macedoniërs genoemd. Sommige geven aan zich Grieks te voelen, anderen ontkennen dat weer. Alhoewel de kennis van de taal en cultuur van de Slavo-Macedoniërs langzaam lijkt te verdwijnen, doet een deel van deze minderheid pogingen, de taal en cultuur in stand te houden. Vrijwel iedere poging daartoe wordt echter door de Griekse overheid de kop in gedrukt. Culturele verenigingen worden verboden en feestelijke activiteiten met Slavo-Macedonische dans en muziek worden afgelast. Sinds 1995 heeft de minderheid ook een eigen politieke partij, Ouránio Tóxo (Regenboog). Deze partij bepleit de erkenning van de etnische minderheid, maar benadrukt dat van separatistisch streven geen sprake is. Dat wil zeggen: ze hebben niet de wens, zich bij de republiek FYROM aan te sluiten.

20080807_rainbowparty

Iedere uiting van wetenschappers, journalisten of politici in de media over deze minderheid, leiden tot een stortvloed van reacties. Toen Alexis Heraclides, hoogleraar Internationale Betrekkingen aan de Panteion-universiteit van Athene, afgelopen zomer in een interview de overheid opriep de Macedonische minderheid te erkennen, waren de scheldpartijen op internet-fora over deze 'Anti-Hellenic' niet van de lucht.

In het artikel Politicizing Culture: Negating Ethnic Identity in Greek Macedonia, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Modern Greek Studies beschrijft de antropologe Anastasia Karakasidou hoe ze begin jaren '90 de regio rond Florina bezocht en met dorpelingen sprak. De ouderen onder hen vertelden haar hoe ze in de periode Metaxas (1936-1941) gedwongen werden te 'helleniseren'. Ze werden verplicht om Grieks te spreken, en dit ging niet altijd zachtzinnig. Als ze toch betrapt werden op het spreken van het Slavisch, werden ze gedwongen publiekelijk motor-olie te drinken. Een middel om hun mond te zuiveren. Sommigen werden zelfs gemarteld. Slavische plaatsnamen en familienamen werden omgezet in Griekse, en de Slavische cultuuruitingen (dans, muziek, kleding, e.d.) werden verboden.

Officieel standpunt van de Griekse overheid, ook tegenwoordig dus nog, is dat deze Macedonische minderheid gewoonweg niet bestaat. In juli van afgelopen jaar ontkende premier Karamanlis nog publiekelijk het bestaan van de minderheid. Minister-president Nikola Gruevski van FYROM (Former Yugoslavia Republic of Macedonia) had Karamanlis een brief geschreven waarin hij Griekenland verzocht deze minderheid op Grieks grondgebied te erkennen. Een politieke pesterij, mede gezien de discussie over de naamgeving van FYROM. Karamanlis schreef in zijn antwoord aan Gruevski: "There is no 'Macedonian' minority in Greece. There never has been. In this respect, any allegations regarding the existence of such a minority are totally unfounded, politically motivated and disrespectful of the historic realities of the region."

Een paar maanden later, in november 2008, leidde de discussie over de Macedonische minderheid wederom tot een slachtoffer: belangrijk media-adviseur uit de Pasok-geledingen, Grigoris Vallianatos, werd door partijleider Papandreou ontslagen omdat hij op de televisiezender Extra 3 onder meer had gezegd dat Griekenland de kwestie met de Macedonische minderheid moest oplossen door deze te erkennen.

29-1-09

"The ultimate taboo"- deel 2

28 januari 2009

De zaak Dimitras die ik op 25 januari kort beschreef, heeft alles te maken met nationalisme en de verbeelding van het verleden in Griekenland.

Een korte blik in de historie: de onafhankelijke natie-staat Griekenland bestaat pas sinds 1832. In de eeuwen daarvoor hadden de Grieken onder meer deel uitgemaakt van het Byzantijnse rijk en het Ottomaanse rijk. Het nieuwe, onafhankelijke koninkrijk, dat zich begin 19e eeuw had ontworsteld aan de Ottomanen, had een sterke behoefte aan legitimatie. Er was nu weliswaar een staat opgericht, maar er was ook behoefte aan een gevoel van eenheid.

Naar voorbeeld van de West-Europese natie-staten werd er door politiek en intelligentsia gewerkt aan het creëeren van een nationaal gevoel. Men besloot om te beginnen de directe lijn van het klassieke Griekenland naar deze 19e eeuwse Griekse staat te benadrukken en cultiveren. Dat idee was in feite al tijdens de vrijheidsstrijd aangedragen door de Europese voorstanders van deze strijd. Het klassieke Griekenland werd in Europa namelijk beschouwd als de bakermat van de beschaving en democratie. Vanzelfsprekend waren de Griekstalige inwoners van het Ottomaanse rijk de directe afstammelingen van de Helleense genieën uit de oudheid. Dat deze cultuur zich nu had ontworsteld aan de islam, was een zegening, volgens deze Europese Philhellenen. In feite is op deze manier het verheerlijken van het antieke verleden één van de motoren geweest van de onafhankelijkheidsbeweging.

Maniakibattle

Een van de andere elementen die het nationaal gevoel in de loop van de 19e eeuw moest versterken en daarmee eenheid creëeren, was het orthodoxe geloof. Het geloof werd naar voren geschoven als 'redder der natie'. In al die eeuwen waarin de Grieken waren overheersd door anderen, zou de continuïteit van de Griekse taal en cultuur door de Kerk zijn bewaakt en in stand gehouden, was het verhaal. Nu, na de totstandkoming van de nieuwe staat, konden alle orthodoxe Grieken worden verenigd. Je bent een echte Griek, als je Grieks-orthodox bent, was het devies. En dat blijkt nu, bijna 200 jaar later, nog steeds het leidend principe. 

Is dat een probleem? Dat het klassieke Griekenland, de orthodoxe Kerk en de Griekse taal voor een groot deel de nationale discours vormen ter legitimering van de Griekse staat, zal niemand verbazen en is geen probleem. Wat wel problematisch is, is dat deze notie van 'Grieksheid' geen ruimte biedt aan bepaalde periodes in de geschiedenis en bepaalde bevolkingsgroepen. En dat de Griekse overheid nog steeds krampachtig vasthoudt aan deze bijna 200 jaar geleden gecreëerde nationale identiteit. De Griekse samenleving bestaat uit orthodoxe, Grieks sprekende Grieken. De meeste minderheden worden dan ook niet erkend.

Dimitras schreef mij hierover: "The Greek nation is perceived as homogeneous and hence there is no place for non-Greek ethnic identities, be they ethnonational (like Macedonians and Turks) or even ethnolinguistic like Roma, Arvanites, Aromanians, Pomaks). As well as that any Greek who is not Greek-speaker and Greek-Orthodox cannot be in fact a true Greek."

In feite bepaalt bovengenoemde nationale canon dus nog steeds de huidige Griekse houding in talloze dossiers. En een van deze is de discussie over de Macedonische minderheid. Uitspraken doen over de Macedonische minderheid staat haaks op de officiële notie van 'Grieksheid'. Hoog tijd voor een transformatie van het concept van 'Grieksheid'.

25-1-09

"The ultimate taboo"

25 januari 2009

Medio 2007 zag ik een reportage van de BBC over een zigeunerkamp in de Atheense wijk Votanikos. De Roma die daar al zo'n 10 jaar woonden, hadden te horen gekregen dat ze moesten vertrekken. Het gemeentebestuur had besloten dat het nieuwe voetbalstadion van Panatinaikos daar zou moeten verrijzen. De Britse verslaggever sprak onder meer met Panayote Dimitras, jurist en woordvoerder van de mensenrechtenorganisatie Greek Helsinki Monitor. Dit is de Griekse tak van de International Helsinki Federation for Human Rights, een internationale non-gouvernementele organisatie die zich inzet voor de rechten van de mens. Vanaf dat moment bleef de naam van de mensenrechtenactivist mij bij en volgde ik zijn activiteiten af en toe via de website van de Greek Helsinki Monitor.

Afgelopen najaar stuitte ik ineens op een vrij heftig bericht over hem: Dimitras zou naar alle waarschijnlijkheid door de Griekse justitie worden aangeklaagd wegens hoogverraad. Wat was hier aan de hand?

In september 2008 had Gay McDougall, werkzaam bij de VN als independent expert on minority issues, Griekenland bezocht. Haar bezoek had tot doel de situatie van de minderheden te bestuderen en daarover te rapporteren. Dat laatste zal gebeuren in maart van dit jaar. Tijdens haar bezoek sprak McDougall met verschillende Griekse politici, bezocht ze de moslim-minderheid in Thracië, verdiepte ze zich in de Roma-populatie en sprak ze met vertegenwoordigers van de Macedonische minderheid in de stad Florina in Noord-Griekenland. Ook de Greek Helsinki Monitor was in het programma opgenomen. McDougall had gesprekken met Dimitras en andere afgevaardigden van de organisatie over onder meer de Macedonische en Turkse minderheid, verschillende religieuze minderheden, de Roma, racisme en anti-semitisme.

Vlak daarna kreeg Dimitras het bericht dat de Griekse justitie gestart was met de voorbereiding van een aanklacht wegens het doen van uitspraken over de Macedonische minderheid. De aanklacht zou luiden: hoogverraad. Een misdrijf waar in Griekenland maximaal een levenslange gevangenisstraf op staat.

Panayote_2

Hoe kan het zijn dat een woordvoerder van een non-gouvernementele organisatie die praat met een afgevaardigde van de VN over het bestaan van een bepaalde minderheid in een Europees land, van hoogverraad zou kunnen worden beschuldigd? Hoogverraad is toch landverrraad, een misdrijf tegen de veiligheid van de staat? Ik besloot het uit te zoeken en er een artikel over te schrijven.

Het vergde iets meer tijd dan ik dacht (dus dat artikel is er nog niet!). Een ingewikkeld geheel van verschillende elementen openbaarde zich. Kwesties als internationale betrekkingen, nationale identiteit, verhouding kerk-staat, vrijheid van meningsuiting en Balkan-problematiek bleken in dit complexe dossier bijeen te komen. Ik deed ook een poging in contact te komen met Dimitras, en dat lukte. Aanvankelijk wat terughoudend - hij bleek vanwege zijn werk de afgelopen jaren vaak bedreigd en zelfs fysiek aangevallen - was hij uiteindelijk bereid tot een mail-correspondentie.

Volgende keer meer over dit dossier, "the ultimate taboo", zoals Dimitras mij schreef.